STERNBERG
BLOOM
DWECK

Sternberg driehoek

gezichten

 

Joris is 9 jaar. De juffen maken zich zorgen, hij gedraagt zich namelijk anders dan de andere kinderen. De juf vindt hem lui en dromerig. Vaak mist hij de instructie en weet hij niet wat hij moet doen, hij vraagt dan niets en denkt aan zijn volgende LEGO-model dat hij wil gaan maken als hij straks naar huis mag. Na één of twee sommen of regels haakt hij af en heeft dan vaak geen idee meer waar de rest van de klas mee bezig is. In het Cito volgsysteem scoort hij alles op A -niveau maar met de Cito-toets scoort hij VMBO-HAVO niveau. Nadat Joris is getest, blijkt hij hoogbegaafd.

jochem puzzel 

Kikidio Velp heeft dagelijks te maken met jongens en meisjes zoals Joris. Met hem gaat het inmiddels goed. Hij is zowel op school als in de plusklas begeleid door Kikidio Velp en doet nu tweetalig VWO. Gelukkig is er een toenemend aantal scholen die meer tegemoet willen komen aan de leerbehoeften en mogelijkheden van (hoog)begaafde leerlingen. Kikidio Velp vindt dit een positieve, zichtbare beweging, merkbaar in zowel het basis- als in het voortgezet onderwijs.

Gesprekken met de leerkracht zijn belangrijk om ook hen te betrekken bij de behoeften van de leerling. Kikidio Velp geeft advies over een passende leerlijn voor een hoogbegaafd kind en over de wijze waarop je een hoogbegaafde leerling kan begeleiden, zodanig dat het kind zich gezien en ondersteund weet.

Hoogbegaafde kinderen scoren lang niet altijd goed op school. Maar slechte schoolprestaties hoeven niet te betekenen dat een leerling toch niet zo slim is als werd gedacht. Het zou kunnen zijn dat het programma niet goed aansluit bij de manier van denken van de leerling.

Niet alleen hun manier van denken is anders, de leerlingen zijn ook anders. Maar ook hoogbegaafde leerlingen verschillen onderling erg van elkaar.

Onderstaande kenmerken komen echter veel voor:

Intensiteit en sensitiviteit: Een hoogbegaafd kind wordt door zijn omgeving vaak als te ervaren: bijvoorbeeld te intens, te overgevoelig, te gedreven en te perfectionistisch. Dabrowski ziet het als een aangeboren prikkelgevoeligheid (‘overexcitability’) die nodig is om tot uitzonderlijke prestaties te komen. Hij onderscheidt vijf gebieden van prikkelgevoeligheid:

  • Intellectuele prikkelgevoeligheid;
  • Psychomotorische prikkelgevoeligheid;
  • Zintuiglijke prikkelgevoeligheid;
  • Imaginaire prikkelgevoeligheid;
  • Emotionele prikkelgevoeligheid.

Introversie: Introverte mensen doen energie op als ze intern gericht zijn. Reageren op externe prikkels en contact met anderen kost energie. Extraverte mensen doen juist energie op in contact met anderen. Zowel introverte als extraverte mensen kunnen wel of niet sociaal vaardig zijn. Het verschil zit hem in de manier waarop je energie opdoet. De meerderheid van de hoogbegaafden is introvert. In de maatschappij is de meerderheid (3:1) extravert en zo is de maatschappij ook ingericht.

A-synchrone ontwikkeling: kinderen ontwikkelen zich op het ene ontwikkelingsgebied sneller dan op het andere gebied.

Problemen in het voortgezet onderwijs kunnen ontstaan door deze andere manier van ontwikkelen en een andere manier van denken. Maar in het geval van introverte leerlingen, kan het ook zijn dat er te veel prikkels op hen af komen. Zij haken daardoor af, missen belangrijke informatie en kunnen hiaten gaan ontwikkelen.

Scholen maken vaak gebruik van straffen en belonen om leerlingen zich te laten conformeren aan de schoolregels (bijvoorbeeld een briefje halen als je te laat bent, de volgende ochtend eerder op school komen en een bladzijde overschrijven uit je boek als je je boek vergeten bent). Dit past niet bij de creatieve, onderzoekende, onafhankelijke aard van hoogbegaafde leerlingen en werkt daarom vaak averechts.

Hoogbegaafde pubers hebben (naast voldoende uitdaging ) duidelijke doch vriendelijke sturing nodig met heldere, reële verwachtingen. Zij hebben ondersteuning nodig om hun eigen weg te vinden. Bij passende ondersteuning ontstaat er een andere dynamiek. Je zoekt dan namelijk samen naar oplossingen. De leerling krijgt hulp bij het ontwikkelen van zelfdiscipline, eigen verantwoordelijkheid en probleemoplossende vaardigheden. De intrinsieke motivatie voor leren zal stijgen en het welbevinden van de leerling eveneens.

Hoogbegaafde leerlingen hebben nog meer dan andere kinderen een docent nodig die een mediërende stijl van begeleiden heeft. Een manier van begeleiding waarbij respect en ondersteuning voorop staat.

Kikidio Velp helpt docenten bij het ondersteunen van hoogbegaafde leerlingen en geeft advies over passende leerlijnen. Tenslotte heeft Kikidio Velp ervaring in coaching over de wijze waarop je hoogbegaafde leerlingen kan begeleiden, zodanig dat het kind zich gezien en ondersteund weet.

 

Ouders

Kikidio helpt ouders bij het ondersteunen van hun hoogbegaafde kind. Dit kan op verschillende manieren. Maar er wordt in ieder geval aandacht gegeven aan de vier stappen naar een gelukkig en evenwichtig hoogbegaafd kind. Deze stappen zijn erkennen, waarderen, zorgen voor een passend netwerk en het bieden van een uitdagende omgeving (Van der Zee).

 

Sternberg

 

Sternberg onderscheidt drie denkvaardigheden: de analytische, creatieve en praktische intelligentie.

Iedereen heeft in meerdere of mindere mate elk van deze drie denkvaardigheden tot zijn beschikking, maar het is heel zeldzaam dat iemand ze alle drie even goed beheerst. De meeste mensen hebben een duidelijke voorkeur voor een, of soms twee van deze manieren van denken.

Sternberg stelt dat er sprake is van “succesvolle intelligentie”, wanneer iemand in staat is om zijn vaardigheden op zowel analytisch, creatief als praktisch gebied succesvol te managen.

kikidio.003


Bloom

Één manier om aan de criteria voor een rijke leeractiviteit te voldoen, is door bij het ontwikkelen van lessen of projecten vragen en opdrachten op te nemen die een beroep doen op ‘de hogere orde denkvaardigheden’ (Bloom).

bloom bloem

Hogere orde denkvaardigheden

Bij opdrachten gericht op de hogere orde denkvaardigheden wordt een beroep gedaan op de vaardigheden analyseren, evalueren of creëren. Het zijn vragen en opdrachten die zich richten op:

  • Het stimuleren van leerlingen om verder en meer kritisch na te denken
  • Het stimuleren van het probleemoplossend denkvermogen
  • Het ontlokken van een discussie
  • Het stimuleren van leerlingen om zelfstandig op zoek te gaan naar informatie

 

Lagere orde denkvaardigheden

Lagere orde denkvaardigheden zijn vragen die een beroep doen op onthouden, begrijpen en toepassen.

Het verschil tussen de lagere orde denkvaardigheden en de hogere orde denkvaardigheden is weergegeven in de Taxonomie van Bloom, waarin zes niveaus worden onderscheiden: onthouden, begrijpen, toepassen, analyseren, evalueren en creëren.

 

bloom regenboomdriehoek

 

Dweck

onder constructie

 

ACTUALITEITEN
TWITTER
MAIL

Een goede school leert leerlingen breed te denken. Alle leerlingen verdienen inspirerend uitdagend en zinvol onderwijs.

> Lees meer...